| |
Ziek
zijn: signalen van de ziel over oorruis.
(Rüdiger Dahlke)
Bij
vrijwel alle oorruis-patiënten bestaat er samenhang met onverwerkte
stress.
Je zou kunnen zeggen dat de patiënt zichzelf stoort. Wanneer men lange tijd
door lawaai uit de buitenwereld is gestoord en zich niet heeft kunnen verweren, keert deze agressie naar binnen. In plaats van
constructief om te gaan met stress en deze uitdaging naar buiten toe het
hoofd te bieden, zijn zij geneigd alles zelf in stilte te verwerken. Geen
wonder dat er van binnen iets aan de hand is. De innerlijke geluiden
moeten (net als alle andere symptomen) als signalen worden begrepen.Signalen die iets duidelijk willen maken. De aard van de signalen
kan afgeleid worden uit het soort geluiden die in de regel een waarschuwend
of op zijn minst de aandacht opeisend karakter bezitten.
De rinkelende wekker wil ons wakker schudden, de sirene wil ons doen
opschrikken, een scheepstoeter of alarmklok wil ons alarmeren, kloppen
duidt erop dat iets toegang en aandacht verlangt, fluiten waarschuwt of
geeft signalen. Dergelijke geluiden klinken dan misschien onaangenaam,
maar zinnig zijn ze zeker. Het gedruis van de stormwind, het gezoem van
een bijenzwerm of het gebrom van een beer beloofd natuurlijk weinig goeds,
maar het zijn uiterst nuttige geluiden als we ons er voor open stellen, de
erin vervatte waarschuwing serieus nemen en ons gedrag ernaar
richten.
Oorruispatiënten hebben de stroomrichting van de stress naar binnen
gericht, en nu klinkt het waarschuwende geluid van binnen, dus van zo
dichtbij als maar mogelijk is, nadat signalen van verder weg zijn
genegeerd. Het punt in de levensgeschiedenis waarop deze innerlijke
waarschuwingen zijn begonnen, toont ons wanneer de
spreekwoordelijke emmer overliep. De patiënt maakt voortaan stilte in zichzelf onmogelijk en leert
daardoor zijn diepe behoefte aan rust kennen. Innerlijke rust kan echter
pas bestaan als "buiten" het nodige gedaan is. Voordat het
innerlijke lawaai bestreden wordt, zou de patiënt zich moeten inspannen
om te horen wat dit geluid hem of haar te zeggen heeft.
Meestal is het de vermaning om niet alleen innerlijk, maar ook uiterlijk
de eigen stem te verheffen. Het is een wezenlijke taak van de
desbetreffende man of vrouw te midden van de uiterlijke chaos niet alleen
het eigen standpunt te vinden, maar ook te verdedigen en stand te houden
tegen aanstormende benauwenis van buitenaf. Daar komt nog bij dat veel
oorruis-patiënten evenwichtstoornissen hebben. De vaak met oorruis
optredende gehoorstoornissen zijn te verklaren uit het storende innerlijke
geluidsdecor. Ze maken duidelijk hoe moeilijk horen,
luisteren en gehoorzamen is als we alles wat zich buiten ons bevindt
verinnerlijken, zodat er voor datgene wat in ons is geen plaats over
blijft. De primaire leeropgave bestaat er niet uit zoals in
gedragstherapeutische benaderingen, dat we onze aandacht zo doeltreffend
mogelijk van de innerlijke stoorzender afleiden; we moeten er juist zo
goed mogelijk naar luisteren. Als de geluiden ons woedend maken, proberen
ze ons attent te maken op onze eigen agressie; doen ze afbreuk
aan ons concentratievermogen; duiden ze er ons op dat het ons moeite kost
ons te beperken tot datgene wat essentieel is. Vooral zeggen ze altijd dat
de oorzaak in ons eigen innerlijk moet worden gezocht. Niet het lawaai in
de buitenwereld is de schuld, maar de manier waarop wij er zelf mee
omgaan. We hebben het verinnerlijkt en ons eigen innerlijk verwaarloosd.
M.a.w. we hebben het lawaai toegestaan onze innerlijk ordening te
veranderen in chaos.
Met lawaai wordt dan ook meningen, houdingen en reacties van anderen
bedoelt.
We worden voor de taak gesteld onze stem te verheffen tegen de op onze
zenuwen werkende buitenwereld; niet alleen om onszelf rust te verschaffen
maar ook om te leren luisteren naar ons innerlijk. Onze intuïtie verlangd
er naar weer te worden ervaren als een weg naar onze innerlijke ordening
en waarachtigheid. De ervaring leert dat het oorsuizen, de karikatuur van
onze innerlijk stem, minder luidt schreeuwt naar mate wij er beter in
slagen deze inkeer te volbrengen. Als de patiënt leert vrijwillig te
luisteren, behoeft er niet meer tegen hem te worden geschreeuwd. Dan
kan het storende geluid veranderen in het spreekwoordelijke stemmetje
in het oor dat ons als gever van raad en maner tot verbetering van
groot nut is. Patiënten die deze ompoling tot een goed einde hebben
gebracht, vertellen dat zij deze innerlijke tonen benutten als betrouwbaar
meetinstrument- en als ingebouwde wekker- dat hun belet weer af te glijden
in onbewustheid. Deze wekker houdt de patiënt wakker en maakt duidelijk
dat er op dat moment eisen aan hem worden gesteld.
Zodra hij uit zijn evenwicht dreigt te raken, worden de tonen luider;
richt hij zijn agressie weer naar binnen, dan zullen de geluiden
agressiever worden enzovoort.
naar
boven
|